Confronterende nadenkers

 

 

 

En God zei:

Ik vroeg God om mijn trots weg te nemen en Hij zei nee,  Hij zei dat het niet aan Hem was om die weg te nemen  maar aan mij om ze op te geven.

Ik vroeg God om een gehandicapt kind te genezen en God zei, nee.  Hij zei dat het lichaam maar tijdelijk is.

Ik vroeg God om mij geduld te geven en Hij zei, nee. Hij zei dat ongeduld het gevolg is van bezorgdheid. Geduld wordt niet gegeven, het wordt verdiend.

Ik vroeg God om mij geluk te schenken en God zei, nee. Hij zei dat Hij mij Zijn zegen schonk en dat gelukkig zijn mijn taak was.

Ik vroeg God om me van pijn te sparen en God zei, nee. Hij zei dat lijden me wegtrekt van wereldse zorgen en me dichter bij Hem brengt.

Ik vroeg God om me geestelijk te doen groeien en God zei, nee. Hij zei dat ik uit mezelf moet groeien en dat Hij me dan zal snoeien om me vrucht te doen dragen.

Ik vroeg God of Hij van me hield en God zei, ja. Hij gaf Zijn enige Zoon Die voor mij stierf en op een dag zal ik in de hemel zijn omdat ik in Hem  geloof.   

Ik vroeg God om mij te helpen om zoveel van anderen te houden als Hij van mij houdt en God zei: “Ah, eindelijk heb je het begrepen”.

Bron: Onbekend