Confronterende nadenkers

 

 

 

Ik kan niet bidden (het onze vader)

Ik kan niet zeggen onze als ik geen ruimte heb in mijn leven voor anderen en hun behoeftes.

 

Ik kan niet zeggen Vader, als ik deze relatie niet laat zien in mijn dagelijks leven.

Ik kan niet zeggen Die in de hemelen zijt, als ik alleen maar met aardse dingen bezig ben.

Ik kan niet zeggen Uw Naam worde geheiligd, als ik zelf alleen maar aan mijn eigen eer denk.

Ik kan niet zeggen Uw koninkrijk kome, als ik mijn eigen ik niet op wil geven en God accepteren als de Bestuurder van mijn leven.

Ik kan niet zeggen Uw wil geschiedde, als ik Gods wil niet accepteer in mijn leven.

Ik kan niet zeggen in de hemel alzo ook op de aarde, alleen als ik echt klaar ben om mijzelf te geven voor Zijn koninkrijk hier en nu.

Ik kan niet zeggen geef ons heden ons dagelijks brood, zonder mij ervoor in te spannen, of de eerste levensbehoefte van anderen te negeren.

Ik kan niet zeggen vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren, als ik wrok blijf voelen voor iedereen.

Ik kan niet zeggen leid ons niet in verzoeking, als ik doelbewust situaties opzoekwaar ik de verleiding niet kan weerstraan.

Ik kan niet zeggen maar verlos ons van de boze, als ik nog niet voorbereid ben om te vechten in het koninkrijk  met het ultieme wapen, het gebed.

Ik kan niet zeggen Uw koninkrijk kome, als ik zelf nog geen gehoorzaamheid toon voor U.

Ik kan niet zeggen  Uw is de kracht, als ik bang ben voor wat mijn buren van mij zeggen of doen.

Ik kan niet zeggen tot in alle eeuwigheid, als ik te angstvallig bezig ben met de gebeurtenissen van alle dag.

Ik kan niet zeggen amen, zonder dat ik alles wat ik hiervoor gebeden heb oprecht meen en beleid.

Bron:evangelisatiemateriaal.nl