Vergelijkingen

 

 

 
Een les van de adelaar
 
De adelaar bouwt zijn nest hoog op een rots. In eerste instantie zou je 
denken uit bescherming tegen roofdieren, maar er zit nog een reden aan vast. 
De adelaar krijgt jongen, voedt ze op en verzorgt ze totdat ze sterk 
genoeg zijn om te leren vliegen. Tot zover is er nog niets bijzonders aan het
leven van een adelaar te vinden.

 
Nu wil het geval dat een adelaarsjong moet leren vliegen, .
het moet op eigen vleugels leren staan. De adelaar heeft daar een zeer 
uitgekiende methode voor. Als moederlief weet dat het jong sterk genoeg 
is gooit ze het over de rand.
 
Ziet u het tafereel voor u? Misschien hebben ze samen al vele vluchten gemaakt, 
het jong op de rug bij moeders samen genieten van het prachtige uitzicht.
Dus als op een dag de moeder het jong bij zich roept denkt deze vast 
we gaan weer een tochtje maken en dat gaan ze dan ook, 
maar iets anders als gedacht.
 
Het jong wordt dus over de rand geduwd. Kunt u zich de paniek 
voorstellen van dit vogeltje? De wind suist door de veren langs het 
kleine koppie en ze denkt dat was het dan. Ze fladdert met de vleugels
maar helaas ze suist steeds harder naar beneden en op het moment 
dat ze denkt dat het dan wel afgelopen zal zijn is daar ineens moeder weer ,
die vangt haar op en neemt de kleine mee naar het nest.
 
Terug in het nest is de kleine adelaar net weer een beetje bijgekomen 
van de schrik en wil even een discussie aangaan met moeders, 
maar helaas, daar gaat ze nogmaals over de rand. 
 
Met horten en stoten slaat ze met de vleugels en tot haar verbazing 
begint ze langzaam aan te stijgen aangemoedigd door moeder doet ze 
haar best en tot haar verbazing gaat het steeds beter en lukt het om 
te vliegen, eerst nog aarzelend maar steeds sneller en zelfverzekerder.
 
Zo gaat het ook met onze wandel met God. 
Als we tot geloof komen dan begint God ons op te voeden. 
Hij verzorgt ons leert ons om steeds meer te leren van Zijn woord. 
Dan komt het moment dat God vindt dat we oud en wijs genoeg Zijn 
om zelf te leren om beslissingen te nemen zoals Hij het van ons 
verwacht. 
 
Dus daar gaan we, Hij gooit ons ook over de rand van het 
veilige nest (figuurlijk wel te verstaan). Als we daar dan ineens naar ons 
idee in de lege ruimte ronddolen dan roepen we hard om hulp, 
om Zijn aanwezigheid. We schreeuwen het af en toe uit, 
Heer U ziet toch dat het niet lukt, U ziet toch dat ik het niet meer weet! 
 
En dan is daar die zachte stem naast je die zegt:
”Rustig Maar, Ik hoor je wel, Ik loop naast je”. 
Dat is een opluchting, Hij loopt naast ons, maar ja, daar gaan we weer,
weer de diepte in. 
 
Net zoals het adelaarsjong moet leren om te vliegen, 
zo wil God ons leren om samen met Hem de weg te lopen zonder dat 
we continu vragen, doe ik het goed, gaan we de goede weg?
 
God leert ons om zelfstandig maar in Zijn aanwezigheid, te wandelen 
in het licht van Zijn woord. Dat gaat niet vanzelf, daar gaat tijd en 
energie  in zitten, maar daardoor leren we wel om te lopen op Zijn weg
tot eer van Zijn naam.