Geestelijke groei

Wat gebeurt er na de dood?

Veel mensen geloven dat er iets is na de dood. De één denkt aan een eeuwige rust voor alle mensen, anderen denken dat we na dit leven voor altijd ophouden te bestaan. De Bijbel geeft echter de enige betrouwbare antwoorden op deze vraag. Als christenen kunnen, mogen en moeten we uitkijken naar de spoedige komst van de Here Jezus. Ook wel bekend als de opname. De eerste christenen hadden die hoop en verwachtte Hem, en wij die in deze tijd leven zouden deze dag juist nog meer moeten verwachten. Paulus schrijft hierover al in de brief aan de Romeinen.

11 En dit te meer, omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken. Want nu is de zaligheid dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen. Rom. 13:11

Dat de opname nog niet gekomen is, komt doordat God in Zijn genade wacht tot de volheid van de heidenen bereikt is. Dus ondanks de hoop dat de opname heel spoedig aanbreekt, is de kans dat een christen voor die dag overlijd aanwezig. Wat gebeurt er dan, wat is de hoop voor een christen die sterft? Is er, zoals de katholieke kerk leert, een vagevuur? De Bijbel is hier duidelijk over, wanneer christenen sterven dan zullen zij direct bij de Here Jezus zijn. Zie de belofte van de Here Jezus aan de misdadiger aan het kruis. 42 En hij zei tegen Jezus: Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent. 43 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn. Luc.23 42-43

De keuze die een mens maakt tijdens zijn leven bepaalt uiteindelijk zijn eeuwige bestemming. Er is niet zoiets als reïncarnatie, er is geen tweede kans nadat men is gestorven, er zijn twee eindbestemmingen: hemel of hel.
27 En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, Hebr. 9:27

De plek waar christenen en de ongelovigen die sterven heen gaan is verschillend. Er is de plaats waar de gelovigen zullen zijn, het paradijs. En er is de plaats waar de ongelovigen zullen zijn het dodenrijk, niet te verwarren met de hel. De hel is tot op dit moment leeg. De eerste twee die in de hel geworpen zullen worden zijn de valse profeet en de antichrist. Dit is aan het einde van de verdrukking (de 70e jaarweek van Daniël) als de Here Jezus komt en Zijn Koninkrijk vestigt.

20 En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. Openb. 19: 20

Dat de hel niet een plek is waar men een feestje viert, zoals door velen wordt gedacht kunnen we lezen in Lucas waar de Here Jezus duidelijk maakt wat er met de mens zal gebeuren na zijn of haar dood.

22 En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en door de engelen gedragen werd in de schoot van Abraham. 23 En de rijke stierf ook, en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lázarus in zijn schoot. 24 En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lázarus, dat hij het uiterste van zijn vinger in het water dope, en mijn tong verkoele; want ik lijd smarten in deze vlam.25 Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lázarus evenzo het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten. Lucas 16:22-25

Christenen verblijven na hun dood in het paradijs. Op het moment van de opname zullen zij samen met de nog levende christenen in een oogwenk worden opgenomen.

14 Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.
15 Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. 1 Tess.4: 14-15

Iedereen die sterft zonder verzoend te zijn met God door het geloof in de Here Jezus, blijft in het dodenrijk tot het moment van het oordeel voor de Grote Witte Troon. Dit is aan het einde van het Duizendjarig Rijk. 5 Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding. Openb. 20:5

De goddelozen zullen voor de grote witte troon geoordeeld worden naar hun werken. Omdat zij niet in ‘Het Boek des Levens’ geschreven staan zullen zij in de poel van vuur worden geworpen:

11 En ik zag een grote witte troon, en Hem, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats is voor die gevonden. 12 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een ieder naar hun werken. 14 En de dood en de hel werden geworpen in de poel des vuurs; dit is de tweede dood. 15 En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in de poel des vuurs. Op. 20:11-

Nu zijn er velen die het onrechtvaardig vinden dat God mensen naar de hel stuurt omdat ze niet in de Here Jezus geloofden. Hiermee gaat men gemakkelijk aan de eigen verantwoording voorbij en legt de schuld bij God neer. Echter er is niemand die verloren hoeft te gaan, God wil niet dat iemand verloren gaat maar dat alle tot bekering komen.

9 De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. 2 Petr. 3:9

Alle mensen hebben gezondigd, niemand uitgezonderd, men wordt in zonde geboren, dat is het gevolg van de zondeval en de rechtvaardige straf op de zonde is de dood.

10 Gelijk geschreven is :Er is niemand rechtvaardig, ook niet één; 11 Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. 12 Allen zijn zij afgeweken, tesamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe. Rom. 3:10-12

Omdat geen mens de straf kan dragen voor zijn of haar zonden en dus op weg is naar de hel, heeft God in Zijn genade Zijn Zoon gegeven opdat een ieder die gelooft ( dus vertrouwt op het volbrachte werk van de Here Jezus) vergeving van zonden en schuld ontvangt. De Here Jezus kwam de eerste keer niet naar de wereld  om te veroordelen, maar om haar te redden.

16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 
17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 
18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. Joh.3: 16-18

Niemand hoeft verloren te gaan, er is niemand die bij voorbaat veroordeeld is tot de hel omdat God hem of haar niet zou willen redden. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen keuze. De eigen weg gaan en proberen door “goede werken” gehouden te worden of te geloven in Hem Die  voor onze zonden is gestorven en opgestaan is uit de dood.  Vergeving is uit genade om niet. Niet uw werken, inspanningen of wat ook zijn nodig, enkel geloven in de Naam van Hem Die uw zonden heeft gedragen.

21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten; 22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; 24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is; 25 Die God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; 26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in deze tegenwoordige tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende hem, die uit het geloof van Jezus is. Rom.3 :21-26

 

 

Share on Facebook
Facebook
Email this to someone
email
Print this page
Print

Share this...